Volgens Verpact is het aantal uitbetalende inzamelpunten voor blikjes en plastic flesjes inmiddels gestegen naar 9.900. Zwerfinator achterhaalde hoe dit getal wordt berekend en ontdekte dat er in werkelijkheid slechts 6.489 vrij toegankelijke inzamellocaties zijn. Dat zijn er dus 35% minder dan die 9.900. De teller van Verpact loopt flink op, maar het aantal echte fysieke inzamellocaties groeit amper.
De opdracht: 5.400 extra inleverpunten
Verpact heeft van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) de opdracht gekregen om uiterlijk 1 januari 2027 5.400 extra uitbetalende inleverpunten voor statiegeld te realiseren. Daar werkt ze hard aan, als je haar rapportage mag geloven. Daarin steeg het aantal inleverpunten van 5.046 in 2024 naar 6.669 eind 2025 en zelfs tot 9.900 in juli 2026.
Dat is een gigantische vooruitgang. Maar Zwerfinator ziet er weinig van. Hij ziet niet dat hij op meer plekken flesjes en blikjes kan inleveren. Maar hij komt ook niet overal. Dat is geen objectieve maatstaf. Hij wilde weten hoe het zat, maar hoe controleer je zoiets?
Die controle bleek heel makkelijk. Zwerfinator bezocht de locatiewijzer van Statiegeld Nederland en kon vrij eenvoudig bij de achterliggende dataset komen, die hij op 9 september 2026 downloadde en analyseerde.
In de dataset staan 8.543 fysieke inzamellocaties en geen 9.900. Het kan natuurlijk zijn dat de dataset niet helemaal up to date is. In Purmerend, de woonplaats van de Zwerfinator, is onlangs een bulkmachine met veel bombarie geopend en die stond er gewoon in. Dus de dataset is behoorlijk recent.
Er is dus een verschil van 1.357 tussen het aantal fysieke inzamellocaties in de dataset en het aantal inleverpunten dat Verpact rapporteert.
Hoe 8.543 er 9.900 worden door dubbeltellingen
Verpact heeft in haar Totaalaanpak Statiegeld aangegeven de nieuwe bulkmachines als drie inleverpunten te tellen. Er staan 201 bulkmachines op de lijst. Dat wil zeggen dat die als 603 inleverpunten worden meegeteld. We moeten er dan 402 aftrekken en dan komt het nog niet verklaarde verschil op 955 inleverpunten.
En zelfs die zijn te verklaren. Uit de Totaalaanpak Statiegeld valt te achterhalen dat Verpact elke inzamelmachine (RVM) meetelt als inleverpunt. Als er dus twee van die machines staan bij een supermarkt, dan tellen die als twee inleverpunten. Zwerfinator checkte de dataset. De supermarkten waarvan hij weet dat er twee machines staan, staan allemaal één keer in de lijst.
Het is heel goed mogelijk dat er bij 955 supermarkten twee machines staan. Als we daarvan uitgaan en die machines worden inderdaad afzonderlijk meegeteld, kunnen we daarmee ook het verschil van die 955 extra inleverpunten verklaren.
Niet alle inzamellocaties zijn vrij toegankelijk
Maar het aantal fysieke inzamellocaties is daardoor niet veranderd. Dat blijft gewoon 8.543. Bovendien zijn 2.054 van die locaties niet vrij toegankelijk. Die staan bijvoorbeeld in bioscopen, op campings en bij sportverenigingen. Die dragen er niet aan bij dat mensen in hun dagelijkse leven makkelijker hun blikje of flesje kunnen inleveren. Je gaat niet helemaal naar de bioscoop om daar een kaartje te kopen om een blikje of flesje in te leveren.
Meer machines, niet dichterbij
Het is een goede zaak dat er meer machines in supermarkten staan en dat er steeds meer bulkmachines komen. Het aantal drankverpakkingen dat onder het statiegeldsysteem valt, is sinds 2021 gestegen van 600 miljoen naar 4,5 miljard, en is dus 7,5 keer zo groot geworden. Daarvoor heb je gewoon meer machines nodig. Je kunt je zelfs afvragen waarom het aantal innamemachines niet ook 7,5 keer zo groot is geworden.
Maar supermarkten met twee machines en bulkmachines zorgen er niet voor dat de gemiddelde afstand naar een inzamellocatie kleiner wordt. Zwerfinator moet nog steeds net zo ver lopen naar de Plus in zijn wijk waar nu twee machines staan.
Per saldo staan er in de dataset van de locatiewijzer 6.489 vrij toegankelijke én uitbetalende inzamellocaties.
Dat zijn er heel wat minder dan de 9.900 inleverpunten die Verpact rapporteert. Verpact doet aan creatief boekhouden, maar kan deze telwijze gewoon hanteren omdat de ILT en de wetgever geen exacte definitie hebben gegeven van ‘inleverpunt’ als tel-eenheid.
Uiteindelijk leidt het beleid van Verpact niet tot een significante stijging van het aantal fysieke locaties waar we onze blikjes en flesjes kunnen inleveren. De gemiddelde afstand tot een inzamellocatie wordt niet of nauwelijks kleiner. Terwijl een belangrijke doelstelling van het verhogen van het aantal inleverpunten juist is dat die afstand kleiner wordt en consumenten hun blikjes en flesjes makkelijker kunnen inleveren.
Juist de grote steden scoren slecht
Omdat in de dataset ook de adresgegevens staan, heeft Zwerfinator een analyse gedaan van het aantal inzamellocaties in de 50 plaatsen waar de meeste inzamellocaties zijn. Hij zette het aantal inzamellocaties per plaats af tegen het aantal inwoners. Zo kun je berekenen per hoeveel inwoners er een inzamellocatie is.
De meeste inzamellocaties staan volgens de lijst in de grote steden. De top 4 is Amsterdam (222), Rotterdam (153), Den Haag (126) en Utrecht (89). Dat is logisch, daar wonen de meeste mensen. Als we dit omrekenen naar aantallen inwoners, dan zien we dat deze steden heel slecht scoren. In de ranglijst van aantal uitbetalende inzamellocaties per inwoner staan ze in deze top 50 op respectievelijk nummer 39, 46, 47 en 40.
In deze vier steden zijn ook de meeste banen en er komen de meeste toeristen en dagjesmensen. Het is er altijd druk. Er zijn daar de hele dag mensen die eten en drinken in de openbare ruimte. Deze steden hebben al heel lang een probleem met het inzamelen en verwerken van al dat afval en ook al heel lang een veel groter zwerfafvalprobleem dan de rest van Nederland. Dat was al lang voor de uitbreiding van statiegeld zo.
De problematiek van de opengebroken prullenbakken in de grote steden valt hier voor een heel groot deel uit te verklaren. Heel veel mensen, heel veel buitenconsumptie, heel veel afval en heel weinig inzamellocaties.
Als we zouden kunnen berekenen per hoeveel mensen (inwoners, mensen van buiten de stad die er werken, dagjesmensen, toeristen) er een inzamellocatie is, dan zouden deze vier stijf onder aan de lijst staan. Terwijl ze juist vanwege bovengenoemde kenmerken met afstand bovenaan in die lijst moeten staan.
Innameplicht als oplossing
Minister van Veldhoven heeft nu een plan neergelegd waarbij bedrijven die blikjes en flesjes met statiegeld verkopen ook innameplicht krijgen. De kleinste bedrijven worden uitgezonderd. De plicht geldt vanaf een bepaalde vloeroppervlakte. Als dit doorgaat, zal het aantal vrij toegankelijke inzamellocaties wel echt gaan toenemen.
De manier waarop Verpact de inleverpunten telt, geeft vooral ook het belang aan van deze innameplicht. Want zoals met veel zaken doet Verpact vooral aan spreadsheetmanagement om de cijfertjes van de doelstelling te halen. Ze werkt niet aan een werkelijke verbetering van de situatie of aan oplossingen voor de problematiek. Ze blijft meestribbelen en doet hooguit wat symptoombestrijding. Niet meer dan dat.
En toch is statiegeld een groot succes
Het statiegeldsysteem in Nederland kent nog een aantal tekortkomingen en verbeterpunten, maar toch is het een groot succes. Het probleem met opengebroken prullenbakken speelt nauwelijks buiten de vier grootste steden, er zijn al drie miljard extra blikjes en plastic flesjes door ingezameld en er zijn al een miljard blikjes en flesjes minder als zwerfafval geëindigd.
Het was alleen nog veel succesvoller geweest en er zouden veel problemen zijn voorkomen als de verantwoordelijkheid, regie en uitvoering niet waren neergelegd bij de partijen die zich altijd tegen statiegeld hebben verzet en er zelfs aan verdienen als de doelstellingen niet worden gehaald.
Zwerfinator doet zijn onderzoeken vrijwillig en onafhankelijk. Wilt u hem steunen? Dat kan via een donatie aan de Zwerfinator Foundation (ANBI) via deze link.